Spring naar inhoud

Open brief aan André Duval

25/08/2011

Beste André,

Dit is mijn laatste column in Pub. Ik vertrek namelijk. Uit het vak. Uit het land.

Wij kennen elkaar niet persoonlijk. Toch schrijf ik een Open Brief naar jou in het bijzonder.

Ergens in 2009 las ik een interview met je in De Morgen. De titel was: ‘André Duval neemt ontslag als CEO van Duval Guillaume en trekt voor twee maanden naar Australië’. Enkele maanden terug was er opnieuw een interview met jou in DM. De titel boven het stuk: ‘Reclamebureaus zullen zichzelf moeten heruitvinden’.

Enerzijds keer je je dus af van het vak dat je al die successen bracht, anderzijds laat het je niet los en wil je nog iets terug doen. Goed om weten. Je staat dus open voor een opdracht,  een final challenge of mission in de sector. Eentje die ik graag zelf had willen aanpakken, maar waar ik de middelen en het netwerk niet voor heb.

Mag ik je vragen André, om een Bretton Woods voor het Belgische reclamevak te organiseren.

Want het is hoog tijd dat de groten van de Belgische reclamewereld stoppen met struisvogel te spelen. Of erger nog, de masochist uit te hangen. Het gaat niet goed met het reclamevak en het zal niet snel terug beteren. Geen ontkomen aan. The time is now om nieuwe visies te ontwikkelen en nieuwe modellen te ontwerpen. Geen heilige huisjes.

En when the going gets tough, the tough should be going. En dan bedoel ik niet met pensioen.

We weten dat samenwerken niet meteen het sterkste talent is van onze reclamecollega’s. De ene zijn dood is de andere zijn brood, kregen we allemaal met de paplepel mee. En toch zullen de ego’s deze keer eventjes in de kast moeten blijven. Vriend en vijand samen aan tafel. Hoe je het gaat aanpakken die Bretton Woods voor ons vak, waar jullie gaan samenkomen, of dat nu Poupehan of Cannes is, maakt mij niet uit.

Je zegt in dat interview dat je de business in goede conditie wil doorgeven aan de nieuwe generatie. Dit is een scharniermoment. Geen make-up of wat plastische chirurgie onder de noemer digitale omwenteling. It just won’t suffice. Het hele vak moet eraan geloven. Starten van een wit blad. Adverteerders, bureaus, media, regies, centrales, waarom ook niet de marktonderzoekers. Allemaal in conclaaf. En kies er de scherpste geesten uit. Voldoende dwarsliggers ook. Laat de hielenlikkers en opportunisten maar thuis.

Als je dit leest, zit ik zo’n 19.000 km ver weg in New Plymouth, Nieuw-Zeeland. Je kent de weg en je bent er altijd welkom om er een (kauri)boompje op te zetten over de reclame. Ik kan me geen betere plek inbeelden dan op de hellingen van vulkaan Mount Taranaki met zicht op de Tasman Sea om alles te relativeren en tegelijk met briljante ingevingen te komen.

André, ik reken op jou om die laatste eindsprint voor mijn geliefde reclamevak nog eens aan te trekken. Maakt het dan uit wie de rit wint of in het geel en groen staat? The Tour must go on. And why? Because we care.

Kia kaha

geert

(deze column verscheen in PUB magazine #10, augustus 2011 en is tevens mijn laatste column in PUB wegens emigratie naar New Zealand)

No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: